De realiteit van onze groene energietransitie

De groene energietransitie: hoe gaan we volledig over op hernieuwbare energie? Waardoor we niet meer afhankelijk zijn van vervuilende energieën, zoals olie en steenkool. Het probleem is natuurlijk al heel lang bekend. Alleen is het überhaupt wel haalbaar?

Het idee is natuurlijk prachtig: water, wind en zon die ons gratis energie leveren. Alleen hoe mooi het klinkt, zo niet-praktisch zijn de natuurlijke oplossingen. Als we volledig op wind en zon draaien, zal ons energienet op hol slaan.

Want zon schijnt alleen overdag, en wind waait alleen… als de wind waait. Dus zullen we te grote energiepieken en dalen hebben. Hoewel we zeker nog een heel groot gedeelte kunnen winnen qua groene stroom, zullen we altijd afhankelijk blijven van fossiele brandstoffen of nucleaire energie.

Omdat olie en steenkool te vervuilend zijn, blijft in het rijtje fossiel gas over. En sinds kort ook schaliegas.

 

Maximaal 50 procent groen

Met de huidige staat van de technologie zullen we dus voor zeker 50 procent afhankelijk blijven van niet-hernieuwbare energieën. Tenminste als we niet met oplossingen komen om hernieuwbare energie op te slaan. (Op dit probleem spelen we bij BeursBrink ook in met vanadium en hydrogen, ofwel waterstof.)

In de 50 procent niet-hernieuwbare energie zal gas een dominante rol moeten spelen, omdat het relatief weinig CO2 uitstoot. Het aandeel van gas in de energiebehoefte kan dus nog makkelijk verdubbelen. Voor beleggers worden oliereuzen dan opeens weer interessant. Aangezien de grootste olieproducenten de grootste gasproducenten zijn.

Shell produceert al voor vele jaren meer gas dan olie.

(En dan nog iets dat in het voordeel spreekt van olieproducenten. Door het verzet tegen olie wordt er veel minder geïnvesteerd in het zwarte goud. Dat betekent minder aanbodcapaciteit, waardoor in de nabije toekomst de olieprijzen wel eens de lucht in kunnen schieten.)

En de toekomst van olieproducenten ziet er nog rooskleuriger uit…

Want naast een aanzienlijk aandeel van gas moet hernieuwbare energie nog een flinke inhaalslag slaan om een aandeel van 50 procent te halen. Momenteel verbruikt de wereld zo’n 60.000 terawattuur energie per jaar. De investeringen in wind- en zonne-energie zijn 400 miljard dollar per jaar, waarmee 150 terawattuur aan energie wordt geproduceerd.

Op het huidige tempo zal het dus wel even duren voordat we op ‘level schoon’ zijn.

Toch kan de technologie zich verbeteren, waardoor de wind en zon meer energie zullen produceren. Een voorbeeldje daarvan is Kitepower, een geniale vondst van de TU Delft. Kitepower is een vorm van windenergie.

Bij windenergie komt het op het volgende neer: hoe hoger je in de lucht zit, hoe meer wind je vangt, dus hoe meer energie je opwekt. De huidige windmolens zijn redelijk hoog, alleen hierdoor zijn de kosten voor de fundering en mast enorm gestegen, waardoor windenergie niet echt van de grond komt.

Met Kitepower zit de windturbine aan een kite vast. Deze kan veel hoger dan een windmolen met een fractie van de kosten.

De oliereus Exxon bezit het patent om deze kites in windparken op zee te installeren.

Kortom, olieproducenten kunnen we nog wel eens harder nodig hebben dan we denken om de energietransitie te laten slagen. En daarom mag je ze als belegger zeker niet afschrijven.

Gelukkig zijn de oliereuzen niet alleen. Want er zijn nog tal van manieren om op de energietransitie in te spelen, zoals hydrogen, vanadium en nucleaire energie (zo speel je er op in). En dan zijn er nog tal van pure play producenten van zonnepanelen en windmolens.

Denk jij dat we zonder de oliereuzen kunnen om de doelen in de energietransitie te halen? Laat het weten in reacties!

Volg raja op de voet

Direct zien wanneer Raja een nieuwe kooptip plaatst? Meld je GRATIS aan!

Reageer op dit artikel